Home Publicaties Voorwaartse integratie
Voorwaartse integratie - juli 2007

  VOORWAARTSE INTEGRATIE

Jeugdzorg
&
Centra voor Jeugd en Gezin

Vooraf
Op 22 juni 2007 organiseerde de Associatie Jeugdzorg in Beekbergen een beleidstafel over het onderwerp Jeugdzorg en Centra voor Jeugd en Gezin. De aanwezige jeugdzorg-bestuurders, verder genoemd de Groep Beekbergen, bestaande uit bestuurders van zowel Bureaus Jeugdzorg als Zorgaanbieders, hebben zich met twee vraagstukken beziggehouden:

       Wat is inhoudelijk de meest gewenste relatie tussen de jeugdzorg en de CJG?

       Tot welke strategische opties zou dit kunnen leiden?

Het betrof een eenmalige bijeenkomst. De betrokken bestuurders willen hun bevindingen en hun advies voorleggen aan het branchebestuur jeugdzorg.

Opvattingen
Aan de discussie lag een aantal gezamenlijke opvattingen ten grondslag:

  1. het CJG gaat de jeugdzorg aan en beperkt zich niet tot het domein van de (preventie) (gezondheids)zorg.
  2. het CJG biedt mogelijkheden voor de jeugdzorg om haar expertise in te zetten ten aanzien van (maatschappelijke) vraagstukken op lokaal niveau.
  3. het CJG biedt kansen om de noodzakelijke en nog niet voldoende gerealiseerde Regie in de Jeugdzorg gestalte te geven.

Voorwaarts integreren
Dominant in de discussie stond het beeld van de Voorwaartse Integratie.
De Groep Beekbergen stelt voor de volgende statements te gebruiken als basis voor verder gesprek:

       Het heeft meerwaarde als de preventie en de ambulante functies van Bureau Jeugdzorg integreren in het CJG. Daarnaast wordt ervoor gepleit dat de jeugdzorg ín het CJG de toegang tot de tweede (GGZ) lijn vormt.

       De indicatiefunctie van Bureau Jeugdzorg zou een taakstelling van Bureau Jeugdzorg moeten blijven. Het Bureau Jeugdzorg zet maximaal in op het tegengaan van bureaucratie. Dit zou concreet kunnen betekenen dat het in de meeste gevallen mogelijk moet zijn om binnen het CJG de indicatie binnen één dag op te stellen.

       Ook de zorgaanbieders zien meerwaarde in het inbrengen van (ambulante) expertise in het CJG, zodat specifieke deskundigheid snel beschikbaar is, signalen voor veiligheidsrisico's binnen het CJG gegeven kunnen worden en aansluitende zorg zonder tijdsverlies geboden kan worden.

       Het betreft hierbij niet alleen activiteiten die gefinancierd worden door lokale overheden (contract-activiteiten), maar ook geïndiceerd zorgaanbod.

       In het verlengde daarvan wordt er sterk voor gepleit dat ook ambulante activiteiten van zowel de Jeugd-GGZ als de LVG in het CJG beschikbaar zijn. De Groep Beekbergen hanteert daarbij het uitgangspunt dat hulp en steun aan een kind en het gezin in samenhang aangeboden moet worden. (‘het ondeelbare kind')

       Van essentieel belang is dat de posities, taken en bevoegdheden van de verschillende partners in de keten volkomen helder en expliciet zijn. Gesproken is over de noodzaak om afspraken te maken over resultaatverantwoordelijkheid, zeker als er meer instellingen betrokken zijn bij kind en gezin. Resultaatverantwoordelijkheid gaat verder dan procesverantwoordelijkheid en betekent dat de daartoe aangewezen organisatie op basis van overeenkomsten ervoor verantwoordelijk is dat het kind de benodigde hulp krijgt

       In de Groep Beekbergen bestaat grote overeenstemming over het uitgangspunt dat het bieden van hulp voorbehouden is aan de zorgaanbieders en dat het Bureau Jeugdzorg geen rol speelt in het aanbieden van ambulante hulp. Geen concurrentie, wel samenhang.  

Integratie
Hoe het begrip integratie ingevuld wordt, is sterk afhankelijk van de kaders die voor de CJG gesteld worden. De jeugdzorg spreekt nadrukkelijk de wens uit om daarbij betrokken te worden.  Een inbreng die om inhoudelijke redenen van belang is én die de kans geeft om maximaal te profiteren van het leergeld dat de jeugdzorg zelf betaald heeft bij de opbouw van het huidige stelsel.
Zo gaat het CJG, net als de jeugdzorg, uit van het concept van het ‘ondeelbare kind'. De problematiek van kinderen is niet op te delen. Zorg die passend is, zal dus geïntegreerd aangeboden moeten worden. Het aanbrengen van die samenhang is, ook in het huidige stelsel, nog onvoldoende gerealiseerd. En zal vragen om gezamenlijke inspanning van alle partners: CJG, jeugdzorg, GGZ en LVG.
Een tweede integratie-thema is de structuur: één herkenbare eenheid of een netwerkconstructie. Het lijkt aantrekkelijk om van het CJG een herkenbare eenheid te maken.

Het is de vraag inhoeverre dit een verstandige (eerste) stap is. Een andere les die de jeugdzorg namelijk geleerd heeft bij de bouw van het ‘instituut' Bureau Jeugdzorg is dat dit proces gepaard gaat met protocollering en bureaucratisering. Dit zou bij de bouw van de CJG zoveel als mogelijk voorkomen moeten worden.
De jeugdzorg heeft een voorkeur voor organiseren van de CJG's op basis van het versterken van de huidige netwerken op lokaal niveau; daar waar zorgstructuren aansluiten op die plaatsen waar ouders en kinderen ‘van nature' komen: de consultatiebureaus en het onderwijs. Daar zijn de mogelijkheden maximaal om de zorg aan te bieden in de eigen leefomgeving.

De jeugdzorg pleit voor het creëren van een structuur, waarbij bestuurlijke integratie plaatsvindt zonder dat op uitvoeringsniveau de menselijke maat (voor burgers herkenbare maatvoering) verloren gaat. De Groep Beekbergen wil genoemde functies van de jeugdzorg integreren dan wel fysiek aanbieden op de volgende onderdelen van het CJG:
         Ouder en Kind Centra (Consultatiebureaus (GGD) en aanvullende functies voor de jongste leeftijdsgroep en de ouders)
         Onderwijs (Brede School, Zorgstructuren) voor de oudere jeugd.
De opvatting om bestaande netwerken te versterken in plaats van het creëren van een nieuwe institutionele ‘laag' wordt ook versterkt door huidige ervaringen. Het succesvol samenbrengen van onderwijs en zorg in Zorg Advies Teams zou niet vervangen maar juist versterkt moeten worden.  

Veiligheidsvraagstukken
De jeugdzorg is niet alleen ‘zorg'  maar ook bescherming.
Het is de opvatting van de Groep Beekbergen dat de burger de garantie moet hebben dat, als het om de veiligheid van kinderen gaat, de overheid deze opdracht belegd bij een door haar gecontroleerde en gefinancierde instelling, die tevens toegerust is (inhoudelijk en voor wat betreft bevoegdheden) voor deze taakstelling.

De Groep Beekbergen pleit ervoor het bieden/organiseren van veiligheid als kerntaak van Bureau Jeugdzorg te zien. Dat is breder dan het uitvoering geven aan de jeugdbescherming (gezinsvoogdij en jeugdreclassering) en het Advies en Meldpunt Kindermishandeling. Het vraagstuk van de veiligheid van kinderen is niet uitsluitend het domein van de jeugdbescherming.
Het organiseren van veiligheid in het leven van kinderen vraagt om intensieve bemoeienis met gezinnen en het inschakelen van de bescherming van eigen of andere steunstructuren. Deze manier van werken wordt binnen de jeugdbescherming uitgewerkt in het kader van het Deltaplan.
Daarnaast wordt ook in het vrijwillig kader in toenemende mate gewerkt met vasthoudende zorg, wel of niet in een ‘dwang en drang' kader. Vasthoudende gezinscoachings-strategieen op vrijwillige basis lijken een goed antwoord op problemen van multi-problem gezinnen. 

De Groep Beekbergen ziet vooralsnog het Bureau Jeugdzorg als dé organisatie die niet alleen  de jeugdbescherming en het AMK, maar ook de gezinscoaching (ambulante begeleiding/ casemanagement op vrijwillige basis ) voor multi-problem gezinnen (meervoudige indicatie) uitvoert. (zie schematisch overzicht, Sprokkereef , mei 2007)  

Strategische opties
In de ogen van de Groep Beekbergen biedt het CJG nieuwe kansen om Regie in de Jeugdzorg te realiseren. Voorwaarde is daarbij wel dat:
         De jeugdzorg voorwaarts integreert in lokale CJG's
         De CJG's opgebouwd zijn in de leefomgeving van ouders en kinderen (consultatiebureaus en onderwijs)
         Er geen "veiligheids"- indicatiestelling zonder doorzettingsmacht is
         Het recht op jeugdzorg financieel vertaald wordt
         Optimale duidelijkheid is wie welke positie (resultaatverantwoordelijkheid) in de keten inneemt:

      Het CJG als huisarts optreedt (eerstverantwoordelijk voor contact met het gezin en de realisering van zorg)

      Het Bureau Jeugdzorg als gezinscoach optreedt als de veiligheid van kinderen in het geding is (justitieel kader dan wel meervoudige indicatie)

      De zorgaanbieders (Jeugdzorg, GGZ, LVG) hulp bieden: (ambulante) expertise inbrengen in de CJG's met daarachter het meer specialistische aanbod (dat zoveel mogelijk antwoord geeft op vragen vanuit de lokale omgeving)

Groep Beekbergen:
Hans Lomans, Mark Bent, Martin Dirksen, Wiel Janssen, Wim Spierings, Jan Dirk Sprokkereef, Gerrit van Hofwegen, Wybe Cnossen, Theo de Koning, Ferdi van Brule, Els Rienstra, Coen Dresen.

Tekst: Gerdi Meyknecht (Associatie Jeugdzorg)

3 juli  2007